BOEKBESPREKING BRECHTJE
 
Haarlems Daglad zaterdag 17 juli 1999
Els Launspach publiceert eerste deel historische trilogie

Tienermeisje belandt in avonturenroman

 

HAARLEM • MARTIN HENDRIKSMA

Ambitie, dat kan ELs Launspach niet worden ontzegd. Deze week verscheen haar jeugdroman Brechtje, het eerste deel van de Guattaral-trilogie die zich grotendeels in het Zuid-Amerika van rond 1600 afspeelt. De schrijfster voert haar lezers in dik tweehonderd pagina’s langs kolkende rivieren dwars door de oerwouden van de Orinoco-bedding. Dat alles in een bloedstollende jacht op indiaans goud.
Net zo ambitieus als de schrijfster is haar hoofdpersonage, het tienermeisje Brechtje. Uit vrees door haar vader voor de rest van haar leven te worden opgesloten in een klooster, monstert ze aan op een Hollands koopvaardijschip. Wil haar vlucht enige kans van slagen maken, dan moet ze zich tegenover de bemanning presenteren als jongen. Lang houdt Brechtje de schijn op.
Totdat vriendschappen en sluimerende verliefdheden haar dwingen voor haar ware aard uit te komen.
,,Ik geef meteen toe dat het een lichtelijk irreëel gegeven is, een pubermeisje dat zich voor jongen uitgeeft", lacht Launspach in de tuin van haar woning in Haarlem-Zuid. ,,Maar ik heb dat zeer bewust gedaan. Al die avonturenromans uit vroeger eeuwen worden vrijwel uitsluitend door mannen bevolkt, in zo’n schrijfstijl van dik hout zaagt men planken. Dan stort weer eens iemand ter aarde met een houw in zijn hoofd." Launspach wilde dergelijke clichés vermijden. ,,Een meisje kan als buitenstaander zo’n mannenbolwerk op zo schip beter, gevoeliger registreren. Bovendien, zo vreemd is die situatie ook weer niet. Je had in vroeger eeuwen ook meiden die het tot piratenkapitein schopten."
Het idee om Zuid-Amerika als locatie voor haar roman te kiezen, dankt Launspach voor een belangrijk deel aan haar broer Wim. Hij vertoeft als reisleider regelmatig in Zuid-Amerika en heeft ook een reisgids over Venezuela op zijn naam staan. Hij werd gegrepen door de Engelse ontdekkingsreiziger sir Walter Raleigh, ridder, dichter, piraat en ooit vertrouweling van de Engelse koningin Elizabeth. Of zijn zus, die theaterwetenschappen had gestudeerd en les geeft over Shakespeare, niet iets meer over diens tijdgenoot wist?
Samen doken ze in de historie van Raleigh. Hij bleek ‘de ontdekker’ van een verborgen rijk, waar de indianenvorst zou baden in het goud. Prachtige stof voor een roman. Launspach: ,,In die tijd ontdekten de Nederlanders, de Engelsen en de Spanjaarden Zuid-Amerika, waar ze op de eeuwenoude indiaanse cultuur stuitten. De botsing tussen die culturen, dat is de diepere leidraad van mijn trilogie."
Informatie over het Zuid-Amerika van de zeventiende eeuw vergaarde ze in het Tropeninstituut en de Koninklijke Bibliotheek. Vooral de bewaard gebleven reisaantekeningen van Raleigh - The Discoverie of the large, rich and bewtiful Empyre of Guiana - bleken interessant. In de vele natuurbeschrijvingen in het boek ontpopte Launspachs broer zich als bioloog tot de ideale bron en corrector. Ondanks die grondige studie houdt Launspach af en toe haar twijfel. ,,De bootsman Romeijn drinkt jenever. Dat is in de loop van de zeventiende eeuw voor het eerst op grote schaal gebrouwen. Maar of dat al in 1618 voorradig was, dat weet ik niet helemaal zeker."
Launspach, die eerder de jeugdromans Het zwarte schip en Jeanne d’Arc publiceerde, begon drie jaar geleden met de verhaallijn voor de trilogie. Inmiddels staat ook deel twee al in de steigers. ,,Ik heb twee schoolgaande kinderen, dat is een enorme stok achter de deur", vertelt ze. ,,Ik moet hun schooluren nuttig gebruiken, want met mensen over de vloer kom ik niet aan schrijven toe."
Wat vindt ze eigenlijk zo leuk aan al die eenzame uren achter haar bureau? ,,Ik ben geen verhalenverteller", zegt Launspach. ,,Niet dat ik echt verlegen ben, maar in de kroeg heb ik niet bepaald het hoogste woord. Het schrijven geeft me de mogelijkheid om toch te vertellen wat ik denk en voel."

 

Ned. Bibliotheek Dienst. 15-10-99
 

 

"Goed in het verhaal verweven informatie over de geschiedenis van, maar vooral de verhoudingen in de nieuwe wereld.(...) Een psychologisch goed uitgewerkt en spannend verhaal."

 

Leesidee. November 1999, pagina 145.
 

 

In het jaar 1617 monstert Brechtje Winselius vermomd als jongen aan voor een tocht naar de Nieuwe Wereld. Officieel heet het dat dit een expeditie naar kaneel is, maar algauw ontdekt Brecht dat er – in het spoor van Sir Walter Raleigh – naar goud en diamanten wordt gezocht. Er volgt een barre tocht naar El Dorado. Brechtje wordt verliefd op een indiaan en wanneer ze door een ernstige ziekte niet langer aan de expeditie kan deelnemen, gaat ze met de man mee. Zo belandt ze in Manoa, het hoogland waar de goden wonen. Voor Brechtje ligt het vast dat ze nooit meer naar Holland terug zal keren.

Dit zijn in een notendop de ervaringen van Brechtje, die gebaseerd zijn op echt gebeurde feiten, zoals uit het woord vooraf en de achtergrondinformatie achteraf blijkt. Ondanks het wat stroeve taalgebruik is het geheel best te smaken. Brechtje gaat niet alleen over de zoektocht naar goud (met heel wat weetjes over het zeemansleven en over de plaatselijke cultuur van indianen), maar ook over een meisje op zoek naar zichzelf. Daarbij wordt de ontluikende seksualiteit van de 15-jarige vrouw in het daglicht geplaatst. Wat natuurlijk alles te maken heeft met haar leeftijd, maar ook met het gemis aan een zorgende moeder- en vaderfiguur. Brechtje heeft o.i.v. de gebeurtenissen een diepgaande psychologische evolutie doorgemaakt. Ze stelt vast dat ze de juiste keuze heeft gemaakt en dat ze alleen bij de indianen een bevredigend bestaan heeft…

 

Els Launspach over de avonturenroman op zee - Algemeen Dagblad - 27/9/2002
 

 

Klik hier om het artikel te lezen.

 

 

                    Terug