| |
HAARLEM MARTIN HENDRIKSMA
Ambitie, dat kan ELs Launspach niet worden
ontzegd. Deze week verscheen haar jeugdroman Brechtje, het
eerste deel van de Guattaral-trilogie die zich grotendeels in het
Zuid-Amerika van rond 1600 afspeelt. De schrijfster voert haar lezers
in dik tweehonderd paginas langs kolkende rivieren dwars door
de oerwouden van de Orinoco-bedding. Dat alles in een bloedstollende
jacht op indiaans goud.
Net zo ambitieus als de schrijfster is haar hoofdpersonage, het tienermeisje
Brechtje. Uit vrees door haar vader voor de rest van haar leven te
worden opgesloten in een klooster, monstert ze aan op een Hollands
koopvaardijschip. Wil haar vlucht enige kans van slagen maken, dan
moet ze zich tegenover de bemanning presenteren als jongen. Lang houdt
Brechtje de schijn op.
Totdat vriendschappen en sluimerende verliefdheden haar dwingen voor
haar ware aard uit te komen.
,,Ik geef meteen toe dat het een lichtelijk irreëel gegeven is, een
pubermeisje dat zich voor jongen uitgeeft", lacht Launspach in
de tuin van haar woning in Haarlem-Zuid. ,,Maar ik heb dat zeer bewust
gedaan. Al die avonturenromans uit vroeger eeuwen worden vrijwel uitsluitend
door mannen bevolkt, in zon schrijfstijl van dik hout zaagt
men planken. Dan stort weer eens iemand ter aarde met een houw in
zijn hoofd." Launspach wilde dergelijke clichés vermijden. ,,Een
meisje kan als buitenstaander zon mannenbolwerk op zo schip
beter, gevoeliger registreren. Bovendien, zo vreemd is die situatie
ook weer niet. Je had in vroeger eeuwen ook meiden die het tot piratenkapitein
schopten."
Het idee om Zuid-Amerika als locatie voor haar roman te kiezen, dankt
Launspach voor een belangrijk deel aan haar broer Wim. Hij vertoeft
als reisleider regelmatig in Zuid-Amerika en heeft ook een reisgids
over Venezuela op zijn naam staan. Hij werd gegrepen door de Engelse
ontdekkingsreiziger sir Walter Raleigh, ridder, dichter, piraat en
ooit vertrouweling van de Engelse koningin Elizabeth. Of zijn zus,
die theaterwetenschappen had gestudeerd en les geeft over Shakespeare,
niet iets meer over diens tijdgenoot wist?
Samen doken ze in de historie van Raleigh. Hij bleek de ontdekker
van een verborgen rijk, waar de indianenvorst zou baden in het goud.
Prachtige stof voor een roman. Launspach: ,,In die tijd ontdekten
de Nederlanders, de Engelsen en de Spanjaarden Zuid-Amerika, waar
ze op de eeuwenoude indiaanse cultuur stuitten. De botsing tussen
die culturen, dat is de diepere leidraad van mijn trilogie."
Informatie over het Zuid-Amerika van de zeventiende eeuw vergaarde
ze in het Tropeninstituut en de Koninklijke Bibliotheek. Vooral de
bewaard gebleven reisaantekeningen van Raleigh - The Discoverie
of the large, rich and bewtiful Empyre of Guiana - bleken interessant.
In de vele natuurbeschrijvingen in het boek ontpopte Launspachs broer
zich als bioloog tot de ideale bron en corrector. Ondanks die grondige
studie houdt Launspach af en toe haar twijfel. ,,De bootsman Romeijn
drinkt jenever. Dat is in de loop van de zeventiende eeuw voor het
eerst op grote schaal gebrouwen. Maar of dat al in 1618 voorradig
was, dat weet ik niet helemaal zeker."
Launspach, die eerder de jeugdromans Het zwarte schip en Jeanne
dArc publiceerde, begon drie jaar geleden met de verhaallijn
voor de trilogie. Inmiddels staat ook deel twee al in de steigers.
,,Ik heb twee schoolgaande kinderen, dat is een enorme stok achter
de deur", vertelt ze. ,,Ik moet hun schooluren nuttig gebruiken,
want met mensen over de vloer kom ik niet aan schrijven toe."
Wat vindt ze eigenlijk zo leuk aan al die eenzame uren achter haar
bureau? ,,Ik ben geen verhalenverteller", zegt Launspach. ,,Niet
dat ik echt verlegen ben, maar in de kroeg heb ik niet bepaald
het hoogste woord. Het schrijven geeft me de mogelijkheid om toch
te vertellen wat ik denk en voel."
|
| |
In
het jaar 1617 monstert Brechtje Winselius vermomd als jongen aan voor
een tocht naar de Nieuwe Wereld. Officieel heet het dat dit een expeditie
naar kaneel is, maar algauw ontdekt Brecht dat er – in het spoor van
Sir Walter Raleigh – naar goud en diamanten wordt gezocht. Er volgt
een barre tocht naar El Dorado. Brechtje wordt verliefd op een indiaan
en wanneer ze door een ernstige ziekte niet langer aan de expeditie
kan deelnemen, gaat ze met de man mee. Zo belandt ze in Manoa, het
hoogland waar de goden wonen. Voor Brechtje ligt het vast dat ze nooit
meer naar Holland terug zal keren.
Dit
zijn in een notendop de ervaringen van Brechtje, die gebaseerd zijn
op echt gebeurde feiten, zoals uit het woord vooraf en de achtergrondinformatie
achteraf blijkt. Ondanks het wat stroeve taalgebruik is het geheel
best te smaken. Brechtje gaat niet alleen over de zoektocht
naar goud (met heel wat weetjes over het zeemansleven en over de plaatselijke
cultuur van indianen), maar ook over een meisje op zoek naar zichzelf.
Daarbij wordt de ontluikende seksualiteit van de 15-jarige vrouw in
het daglicht geplaatst. Wat natuurlijk alles te maken heeft met haar
leeftijd, maar ook met het gemis aan een zorgende moeder- en vaderfiguur.
Brechtje heeft o.i.v. de gebeurtenissen een diepgaande psychologische
evolutie doorgemaakt. Ze stelt vast dat ze de juiste keuze heeft gemaakt
en dat ze alleen bij de indianen een bevredigend bestaan heeft…
|