Vraag en Antwoord

MESSIRE

DE KOMST VAN GUATTARAL
Brechtje
De Zoon van de vuurgeest
Robin

HET GROENE GEN

JEANNE D'ARC

HET ZWARTE SCHIP

VERBODEN VRIENDSCHAP

CURSUSSEN OP MAAT

OVER ELS LAUNSPACH

VRAAG EN ANTWOORD

 

Hoe doe je dat, schrijven?

Eerst rijpt er een plan en vaak een hoofdpersoon. Als ik er genoeg over weet, begin ik te schrijven. Ik dwing mezelf om door te schrijven, want steeds opnieuw beginnen haalt de stroom eruit. Dit vind ik de moeilijkste fase van het schrijven, want ik ben nog helemaal niet tevreden over mezelf. Als de eerste versie van het verhaal er ligt, begin ik te herschrijven. En nog eens. En nog eens. Dan wordt het leuk. Ik begin met woorden te spelen, de beelden kloppen beter en worden helderder. Het verhaal gaat ‘leven’.

Zodra ik tevreden ben, laat ik het manuscript lezen aan een paar mensen wiens oordeel ik erg vertrouw. Dan ga ik nog eens herschrijven, want vaak weet ik dan pas hoe de ontwikkeling van de personages en het thema van het boek beter vorm kunnen krijgen. Er gaan passages uit en er komen passages bij. Hoewel het vaak moeilijk is je er nog eens toe te zetten, weet ik dat het resultaat er altijd beter op wordt.

De laatste fase is het precieze werk samen met de uitgever. Dat is meestal heel prettig, omdat je voelt dat het verhaal er nu echt is. Maar het voor de zoveelste maal doorlezen van je eigen manuscript, bijvoorbeeld om de zetproef te controleren, daar moet ik me weer toe dwingen!

Vroeger wist ik niet dat schrijven hard werken is.

Van welke boeken houd je zelf het meest en van welke onderwerpen?

Ik ben graag helemaal verdiept in een historische roman (bijvoorbeeld van Hella Haasse of Theun de Vries), maar eigenlijk maakt het niet uit of het historisch is of niet, want alles wat te maken heeft met het menselijk bestaan, met geestelijk en/of lichamelijk overleven, zijn verhalen die in de tijd zijn geplaatst. Iedereen leeft op een moment in de geschiedenis. Het streven van mensen fascineert me, familieverhalen boeien me, de desillusie van personages raakt me.

 

Waarom wilde je beslist deze trilogie schrijven: De komst van Guattaral?

Dat ging zo...

Omdat ik lesgeef over Shakespeare kende ik de naam van Sir Walter Raleigh, één van de hovelingen van koningin Elisabeth I. Mijn oudste broer Wim, die een reisboek schreef over Venezuela, attendeerde mij op de hardnekkige pogingen van Sir Walter om zijn koningin voor Guyana te interesseren. De mythe van El Dorado is een bekend gegeven in Venezuela. Ook Hollanders hebben er handel gedreven en zijn er naar goud en diamanten gaan zoeken. Toch viel het gebied onder de Spaanse kroon. We zagen mogelijkheden om over de indianen in dat gebied te vertellen en over de botsingen tussen de Europeanen en de indiaanse cultuur. Daarbij wilden we het graag van verschillende kanten bekijken. Om invoelbaar te maken hoe het leven van gewone mensen door die botsingen verandert, hebben we drie jonge mensen, met totaal verschillende achtergronden, als hoofdpersonen gekozen. Wim, die veel in het gebied had gereisd, heeft alle kaartjes getekend en voor deel 1 en 2 de research gedaan. Voor het verhaal van Robin (deel 3) las ik er nog veel bij over het Engeland van die tijd.

Heb je zelf een voorkeur voor één van de drie boeken?

Ze zijn erg verschillend. Brechtje is een origineel avonturenverhaal, dat ik met veel plezier heb geschreven. Het tweede deel van de trilogie was moeilijker, omdat ik een mij onbekende wereld probeerde te verbeelden. Juist omdat ik een grote stap moest maken is De zoon van de vuurgeest een heel geslaagd boek geworden. En wat ik op stilistisch gebied had geleerd kon ik toepassen op Robin . Tijdens de terugreis van de Destiny komt een problematische, maar bijzondere verhouding tussen vader en zoon tot stand. Daardoor is het mij erg dierbaar. Bovendien wordt in dit laatste deel het verhaal van Sir Walter Raleigh afgemaakt.

Historische jeugdromans zijn boeken zoals ik die zelf graag las. Ze confronteren je met je eigen dilemma´s, verschaffen spannende gebeurtenissen en geven ook informatie over een totaal andere wereld. Het historische jeugdboek heeft in de afgelopen twintig jaar een enorme verandering ondergaan, literair en inhoudelijk. Dat vind ik juist de uitdaging. De romans van nu sluiten veel beter aan bij de ervaringswereld van kinderen en door een afgewogen taalgebruik verrijken ze de leeservaring. Het is een vergelijking met populaire boeken als Paddeltje en De scheepsjongens van Bontekoe meer dan waard. (klik hier) Bovendien houd ik ervan om het genre van de avonturenroman authentieker te maken door internationale verbanden te leggen, en de effecten voelbaar te maken op individueel niveau. De indiaanse jongen Guaiquiriquiri is de hoofdpersoon van het middelste deel van de trilogie. De rode draad is weliswaar Sir Walter Raleigh en het zoeken naar goud in Zuid-Amerika, met alle conflicten en hoogspanning die daarbij horen; maar door de samenhang van de persoonlijke geschiedenissen ontstaat een totaalbeeld. De ontwikkeling, die drie totaal verschillende kinderen doormaken, leidt ertoe dat er een brede interesse wordt aangeboord. Psychologische vragen, maar ook: wie was die Cabeliau eigenlijk? En hoe zat dat met die kaartenmaker in Amsterdam? Hoe waren de zeeroutes, wat werd er verhandeld en hoe ontstond de huidige bevolking? El Dorado heeft dus een heel andere betekenis? Wordt er nog steeds naar parels gedoken?

Ik zou het fantastisch vinden als docenten Nederlands, Engels, Spaans, geschiedenis, aardrijkskunde en maatschappijleer van deze boeken een project zouden maken, bijvoorbeeld over het begin van het imperialisme. Vanuit die zes vakken valt er een heleboel duidelijk te maken en te onderzoeken.

Komt Brechtje terug in Holland? En ontmoet ze Willem nog eens?

Ik stel me zo voor dat Brechtje gelukkig is in het dorp van Wayapuri. Ze groeit uit tot een legendarische vrouw (er is een witte vrouwelijk sjamaan bekend onder de indianen). Ze heeft in Holland niets meer te zoeken. En Willem heeft de schrik voor dat vreemde continent flink te pakken. Hij trouwt gewoon met een aardig meisje in Zeeland.

Is er nou wel of geen goud van Eldorado?

Ja, Sir Walter had uiteindelijk gelijk. Honderd jaar later is er goud gevonden dat nu nog steeds gedolven wordt. Jong en oud, arm en rijk zoekt - en vindt - nog steeds goud in de rivieren. De grond wordt gezeefd en doorzocht, het is hard werken; een gevaarlijk, ruw bestaan. De opbrengst is meestal niet hoog meer. Grote (Europese en Amerikaanse) bedrijven gebruiken springstof en vernielen de regenwouden op zoek naar goud. De indianen worden nog steeds in een hoek gedrongen. Wat dat betreft is er niet veel veranderd.

Hoe loopt het af met Guaiquiriquiri?

Hij komt veilig thuis en wordt vol bewondering opgewacht door zijn dorpsgenoten. Hij wordt een gewaardeerde bemiddelaar tussen de verschillende stammen langs de Guanipa. Ook heeft hij ervaring met de wereld van de blanken, en reist hij verder dan iemand van zijn stam is geweest. In die zin ontwikkelt hij zich verder dan zijn vader Raquiri. Zo gaat het tenslotte vaak tussen ouders en kinderen, de kinderen zetten altijd weer een volgende stap.