MESSIRE
DE KOMST VAN GUATTARAL
Brechtje
De Zoon van
de vuurgeest
Robin
Achtergrondinformatie
Sir Walter Raleigh
HET GROENE GEN
JEANNE D'ARC
HET
ZWARTE SCHIP
VERBODEN
VRIENDSCHAP
CURSUSSEN
OP MAAT
OVER
ELS LAUNSPACH
PERS
|
|
Achter
de dichte coulissen van groen geboomte werden langzaam maar zeker
vlakten zichtbaar met hoog geel gras. Hier en daar stonden groepjes
bomen, steeds minder talrijk. Eindelijk kon Brechtje de horizon zien
met de wisselende lijnen van de bergen. Een dergelijk vergezicht hield
een belofte in van nieuw avontuur. Eigenlijk was het ‘t leukst wanneer
het een vergezicht bleef zonder dat de afstand kleiner werd, dacht
ze. Dan had je iets om dagenlang naartoe te trekken of naar te kijken.
Dit profiel schiep met de natuur die ervoor lag een schitterend geheel.
Ze herinnerde zich de met oerwoud bedekte Kristalberg. Deze torens
waren echter ruig en plat. Als vierkanten rezen ze op, met niets daartussen.
Waren het wel bergen? Het leken eerder de forten van reuzen.
De
ondiepe kloof waar ze doorheen trokken met de rivier aan hun rechterhand,
verwijdde zich. Links daalde de bergwand die door het late licht in
een okergele gloed werd gezet. Er ging een schok door Tepuitepui heen.
Hij strekte zijn arm uit en zei iets tegen Wapapuri, die snel naderbij
kwam. Ze wezen haar op de tekening van een vogel met gespreide vleugels
in de granieten rotswand, lijnen die met lichte kleurstof waren gevuld,
precies zoals ze bij de Kristalberg had gezien.
‘In
steen ligt de kennis van de voorouders opgeslagen,’ vertelde Wayapuri
in de samengestelde zinnen waarmee Brecht nu wel uit de voeten kon.
‘Hun wijsheid gaat zo ver terug, dat we niet meer weten wat deze afbeeldingen
betekenen. Maar voor ons zijn ze onnoemelijk veel waard.’
Hij
maakte zijn buidel los van het gevlochten touw om zijn heupen, en
haalde er de steentjes uit die ze in zijn hand had gezien toen ze
ziek was. Nu begreep ze het. De indianen droegen kleine stenen bij
zich, die kracht gaven omdat de voorouders zich daarin teruggetrokken
hadden, was het zoiets? De zon wierp een dramatisch schijnsel over
het landschap en bereikte ook de wolken die ver vooruit tussen de
tafelbergen dreven.
Wayapuri
deed een stap naar voren. ‘A mario capana,’ mompelde hij. Brecht volgde
hem, onder de indruk. Hier liep zij in het dal waar Romeijn via een
andere weg had willen komen! De vallei opende zich als een plant die
haar blaadjes naar buiten vouwt. De Caronì vormde brede waterbekkens,
waaruit de rivier verderop weer tevoorschijn kwam als een zilveren
slang. Omdat de zon snel aan het dalen was zochten ze een geschikte
rustplaats, een eindje van de oever af, en Tepuitepui legde een vuur
aan.
Ze
voelde een zachte druk op haar arm. Verbaasd keek ze naast zich. Nog
eens stootte Wayapuri haar aan en wees naar het door de rivier gevormde
meer. Daar waren ronde hoofdjes verschenen. Tepuitepui zag het nu
ook. Ze bleven met zijn drieën doodstil zitten. De hoofdjes bleken
mollige lijfjes te hebben, waarvan enkele zich op een zandbank hesen
om zich te koesteren in de glinsterende schijf aan de horizon.
‘Manati,’
mompelde Brecht onwillekeurig. Ze zag de dag van de storm voor
zich. Het verveelde geklapper van de zeilen, de geelgrijze lucht.
De zeemeerminnen waarover Hans en Kobus grappen zaten te maken, bleken
kleine ronde zeekoeien. Hoe kon dat nou; zaten die ook hier, in het
zoete water van de Caronì?
‘Si,
manati,’ beaamde Tepuitepui enthousiast.
Ze
zag Wayapuri verbaasd kijken, maar ze wist het woord niet in zijn
taal. Het was alsof alles op zijn plek viel, al kon ze niet zeggen
wat. Een ketting die in elkaar klikte en een gesloten geheel maakte.
De zeekoeien waren een onderdeel van de haar bekende wereld. En dat
zover weg van huis! Ze keek haar beide reisgez ellen stralend aan.
Terwijl
de avond viel, verdwenen ook de ronde hoofdjes. Maar Brecht voelde
dat de glimlach niet van haar gezicht wilde wijken. Dat ze nu veilig
tussen twee indianen zat, was aan haar eigen moed te danken. Had ze
niet een boel ervaringen opgedaan? Bijvoorbeeld toen hun zeeschip
de Orinoco opvoer en ze op de kampagne stond? Haar eigen leven begon
daar, midden op dat levende, brede lint in het oerwoud dat haar toen
nog zo afschrikwekkend had geleken.

|