MESSIRE
DE KOMST VAN GUATTARAL
Brechtje
De Zoon van
de vuurgeest
Robin
Achtergrondinformatie
Sir Walter Raleigh
HET GROENE GEN
JEANNE D'ARC
HET
ZWARTE SCHIP
VERBODEN
VRIENDSCHAP
CURSUSSEN
OP MAAT
OVER
ELS LAUNSPACH
PERS
|
|
Walter
Raleigh werd geboren in Devon, Zuid-Engeland. Hij
studeerde rechten in Oxford en vocht o.a. in 1578 tegen
Spanje, dat al snel zijn grote vijand werd. Hij was
onvermoeibaar in het bedenken van manieren om Spanje
dwars te zitten. Hij verstevigde de vestingswerken in
Zuid-Engeland en hield toezicht op de kwaliteit van het
leger van burgers, dat paraat stond voor het geval een
Spaanse zeemacht (Armada) Engeland zou bedreigen.
(1552-1618)
Door zijn neef Gilbert was Walter Raleigh erg bezig
met ontdekkingsreizen en de kaapvaart. Kapers,
ondernemers op zee, kregen met een speciale brief
(kapersbrief) toestemming van de Engelse koningin om
Spaanse schepen aan te vallen en buit te maken. Raleigh
ontwikkelde de denkbeelden van zijn neef verder over het
koloniseren van andere delen van de wereld, in het belang
van de (handels)positie van Engeland, maar ook om
Spanjes macht in Amerika te beknotten.
De eerste expeditie die door Sir Walter Raleigh werd
georganiseerd, ging naar het land in Noord-Amerika dat
door hem Virginia werd genoemd, naar Elisabeth I, de
Virgin Queen. Wij kennen Virginia nog steeds als een van
de staten van de Amerika.

Vanaf dat jaar, 1584, mocht Walter Raleigh (ook wel
Ralegh of Rawley genoemd) zich Sir noemen. Met
zijn harde optreden tegen de Ieren in 1580, zijn
geestigheid en welsprekendheid, en zijn romantische
gebaar van de mantel in de modder (waar de koningin
overheen mocht lopen op weg naar de Berenkuil), had
Raleigh zich de gunst van Elisabeth verworven. Sindsdien
was zijn loopbaan voorspoedig. Hij werd superintendant
van de tinmijnen in Cornwall, wat hem tot een rijk man
maakte.
Nu hij Sir Walter Raleigh was, kon hij zich nog
meer veroorloven. Hij verzamelde een groep geleerden in
de filosofie, wiskunde en navigatie om zich heen, die
bijeen kwam in het torentje van zijn Londonse Durham
House. Hij ontwikkelde ideeën en inzichten met
betrekking tot de binnen-en buitenlandse politiek van
Engeland. Zijn grootste ambitie was officieel staatsman
te zijn en politiek adviseur van de koningin. In 1592
verloor hij echter de persoonlijke gunst van Elisabeth
omdat hij in het geheim getrouwd was met een hofdame,
Bess Trockmorton. En politiek raakte Raleigh op hetzelfde
moment uit de gratie door toedoen van zijn rivaal Essex.
Sir Walter en zijn vrouw Bess werden zelfs een tijdje in
de Tower gevangen gehouden.
Daarna ondernam Raleigh vele pogingen om opnieuw
favoriet van de koningin te worden, onder andere door een
prachtige gedichtencyclus voor haar te schrijven (Cynthia,
the lady of the Sea); zonder veel resultaat.
In 1595 zeilde hij naar Guyana, nam de Spaanse
ontdekkingsreiziger Berrio gevangen en ondervroeg hem
over de toegangsweg naar El Dorado, het legendarische
goudland waar een koning woonde die elk jaar met
goudpoeder werd bestoven en dan in het meer dook.

Raleigh bevrijdde de indianen op Trinidad
van de Spanjaarden, voer de Orinoco op en legde contacten
met indiaanse opperhoofden. Hij was van plan om een jaar
later terug te keren en Guyana tot bevriende natie te
maken voor het welzijn van Engeland, en vanuit dit gebied
de Spanjaarden uit Zuid-Amerika te verdrijven.
Op weg naar huis schreef hij het rapport The
Discoverie of the Large, Rich and Bewtiful Empyre of
Guiana, in de hoop dat hij koningin Elisabeth kon
overhalen zijn denkbeelden te honoreren. Dat lukte niet.
Wel werd dit prachtige verslag meteen in London
uitgegeven en vertaald, o.a. in het Hollands. Het boek
werd beroemd: in het begin van de zeventiende eeuw was
het al herhaaldelijk uitgegeven en het had grote invloed
op de expedities die nog naar Zuid-Amerika zouden worden
gemaakt op zoek naar goud.
In 1596 stuurde Raleigh zijn trouwe
metgezel Keymis naar Guyana terug, omdat hij zelf deelnam aan een
oorlogsexpeditie naar de Spaanse havenstad Cadiz, waar hij weliswaar
een goede reputatie maar ook een mank been aan overhield. Verschillende
persoonlijke en politieke ontwikkelingen maakten dat hij zijn belofte
aan de indiaanse opperhoofden verder uitstelde.
In 1600 werd Sir Walter Raleigh gouverneur van het
kanaaleiland Jersey. Tegen de tijd dat de oude koningin
Elisabeth stierf (1603) had Sir Walter zich een zodanige
anti-Spaanse reputatie verworven, dat de katholieke
troonopvolger Jacobus I van hem afwilde. Vreemd genoeg
werd Raleigh op beschuldiging van een Spaansgezinde samenzwering
ter dood veroordeeld! Door een geste van de
nieuwe koning kreeg hij echter levenslang.
Dertien jaar bracht hij door in de Tower met lezen,
filosoferen, schrijven (De geschiedenis van de Wereld
voor de jonge kroonprins, met wie hij het goed kon
vinden) en studeren; ook maakte hij medicijnen en
kruidenextracten waardoor zijn eigen klachten en die van
zieke vrienden gedeeltelijk werden verholpen.
Pas in 1616 raakte Jacobus I geïnteresseerd in het
belang van een expeditie naar Guyana. De koning stelde
onmogelijke voorwaarden die betrekking hadden op het
handhaven van de vrede met Spanje. De wanhopige Raleigh
die zijn levenswerk wilde voltooien, ging
toch akkoord. Veel vrienden en zijn vrouw Bess
Trockmorton investeerden in de onderneming, die beslist
goud moest opleveren om Jacobus te overtuigen. Raleigh
wist zeker dat dit goud in Guyana te vinden was. Hij nam
zijn oudste zoon Watt mee in de speciaal voor deze reis
gebouwde Destiny, en zeilde in het gezelschap van
Keymis en nog een aantal andere schepen via de
Kaapverdische Eilanden naar de Golf van Paria bij
Omdat hijzelf ziek was stuurde Raleigh zijn vriend
Keymis en zijn zoon de Orinoco op, om te zoeken naar een
goudmijn. In weerwil van de afspraken ontstond toch een
gevecht in San Thomé, de Spaanse vesting langs de
rivier. Hierbij werd Watt gedood. De Engelsen maakten
zich meester van San Thomé en Keymis zocht overal
vergeefs naar goud.
Hoewel Raleigh wist dat hem nu, wegens schending van
de afspraken, de doodstraf boven het hoofd hing, zeilde
hij toch terug naar huis. Een schijnproces volgde, en hij
werd op 29 oktober 1618 in London onthoofd.

Eet-
en drinkgerei op de tafel in de kapiteinshut. Scheepvaartmuseum.
|